Vooruit, ik neem de restjes

Ik vergelijk mijn thuiskomst met een koud geworden pizza. Toen hij net uit de oven kwam was hij heerlijk knapperig en perfect op temperatuur. Maar je kon de pizza niet op, dus bewaarde je de restjes. ‘Lekker voor morgen’ dacht je. Maar toen je hem de volgende dag op wilde eten, was hij helemaal niet meer lekker.

Ik zit in een iets minder noemenswaardige omgeving terwijl ik deze blog schrijf. Een keurig witte bibliotheek in Nieuwegein. Hoge ramen en drie verdiepingen. Met een medewerkster die haar rondes doet, alsof ze op patrouille is. “Je mag niet eten in de bieb!” roept ze vinnig naar een meisje naast me. Een stadhuis en bibliotheek in één. Waar je 6 euro betaald voor het wifi gebruik. Geen koude ijskoffie of verse kokosnoot te vinden.

Wat. doe. ik. hier? 

Die vraag stelde ik mezelf afgelopen week. Waarom zit ik niet op een strand, loop ik niet over een berg? Wat doe ik in dit land, in dit huis, in dit bed?

Ik vergelijk mijn thuiskomst met een koud geworden pizza. Toen hij net uit de oven kwam was hij heerlijk knapperig en perfect op temperatuur. Maar je kon de pizza niet op, dus bewaarde je de restjes. ‘Lekker voor morgen’ dacht je. Maar toen je hem de volgende dag op wilde eten, was hij helemaal niet meer lekker. Hij was zacht, zompig en koud en kwam niet eens in de buurt van wat je gister had. 
Dat is een beetje waar ik nu sta. Ik ben aangekomen bij de restjes. En daar moet ik het dan mee doen. 

Restjes confronteren je eigelijk alleen maar met de harde realiteit: Het kán beter. Je bent weer thuis en moet weer aan het werk. Niks paradijselijke stranden. Niks kangoeroes en koala’s.

Niet dat restjes niet oké zijn. Dat zijn ze heus wel. Ze zijn bekend want je herinnert je de smaak. En ze vullen op zich wel. Maar ze zijn niet zoals je wil dat ze zijn. ‘Groots en meeslepend.’ Restjes confronteren je eigelijk alleen maar met de harde realiteit: Het kán beter.
Je bent weer thuis en moet weer aan het werk. Niks paradijselijke stranden. Niks kangoeroes en koala’s.

Maar… er is wel één flinke meevaller. Een klein geluk bij een ongeluk.
Hoe ik ook kan klagen over het weer thuis zijn, ik geniet van mijn werk. Want laat ik nou heel leuk werk hebben! Dus ik vond het stiekem ook wel fijn om weer aan de slag te gaan. Zo begon mijn week toch semi goed. 

Ik moest me deze week voorbereiden op het laatste deel van mijn theatertournee, waarvan ik gisteren weer de eerste voorstelling speelde. Oh, en ik maakte me al een paar maanden druk of ik de show nog wel zou weten.
 “Kan ik nog op mijn brein vertrouwen? Ik ben zo lang op reis geweest en het zijn zoveel teksten en liedjes! Weet ik het nog wel?” 
En dan de choreografieën… 
“Wanneer liep ik ook alweer van de deur naar het raam? Van de stoel naar de tafel? Deed ik mijn arm omhoog? Mijn hoofd naar links? Wanneer liep ik überhaupt het toneel op?” 
Het moest allemaal maar opgeslagen zitten in mijn hoofd, maar zat het er nog wel? Gelukkig bleek tijdens het repeteren dat ik me nog heel veel wist te herinneren. Maar toch kwamen er ook ineens oude teksten naar boven. Varianten van de show die allang aangepast waren en ik al jaren niet meer zo had gedaan. Vreemd. 

Na een tijdje herhalen kwam het uiteindelijk toch goed. Mijn hersenen maakte alle connecties weer, alsof ik nooit anders gedaan had. Toen besefte ik me ineens hoe mooi ik het vind hoe we onszelf iets aan kunnen leren. Hoe we zonder probleem, lappen tekst kunnen onthouden. 

Ik ben dan de poppenspeler die ervoor moet zorgen dat alles in die kamer op het juiste moment in gang wordt gezet.

Wanneer ik een voorstelling speel, voelt mijn hoofd soms als een poppenkast met verschillende kamers. Ik ben dan de poppenspeler die ervoor moet zorgen dat alles in die kamers op het juiste moment in gang wordt gezet. Van de eettafel tot de bestekla, van de sfeerlamp tot het behang op de muur. En dan heb je ook de poppen met hun emoties nog. Die ben ik ook allemaal. Ik moet ze tot leven wekken. En wel zodanig dat jullie het ook allemaal kunnen voelen. Boos, enthousiast, sarcastisch. Ze hebben allemaal een gezicht. Dat is soms best een uitdaging. Maar als ik ze dan om en om op het juiste moment weet te bespelen? Met het publiek erbij? Dat geeft me echt een kick. En dat gebeurde gister tijdens de voorstelling.

Dus zo maakte ik afgelopen week de overgang van een wereldreis naar alledaagse bezigheden, en loopt mijn leven weer bijna helemaal op rolletjes. En als ik dan hier en daar een beetje moet bijstellen en schaven, dan zeg ik: Het geeft niet. Het hoort er allemaal bij. Ik moet gewoon weer even wennen. 

Dus wat ik ga eten vanavond?
Restjes.

Kan ik vast oefenen.